· 

College Papendrecht handelt onfatsoenlijk

“Informatie met een vertrouwelijk karakter zal minder snel of niet meer worden gedeeld”, zo staat te lezen in een verklaring van 19 oktober 2018. Onder verwijzing naar het Protocol Openbaarheid en Geheimhouding zou de vertrouwelijkheid rondom twee mededelingen tijdens de commissie ruimte van 12 september jl. zijn geschonden.

 

In het Protocol Openbaarheid en Geheimhouding staat duidelijk opgeschreven “dat indien geen geheimhouding wordt opgelegd, na afloop van de (besloten) vergadering mededeling kan worden gedaan van het ter vergadering behandelde”. Tijdens de commissie ruimte vergadering van 12 september jl. werden twee mededelingen gedaan. Het College van B&W legde daarbij vertrouwelijkheid op, maar verzuimde een termijn te noemen. Later werd door de burgemeester gesteld dat dit een omissie was. Ook was men vergeten de correcte procedure te volgen.

 

Op vragen van de kant van Onafhankelijk Papendrecht waarom was overgegaan tot het opleggen van vertrouwelijkheid, antwoordde het College van B&W dat dit vooral te maken zou hebben gehad met ‘markt gevoelige informatie en fatsoensnormen’. In het specifieke geval van een vraag (tijdens het Vragenkwartier op 31 oktober jl.) met betrekking tot rijwielhandel Korteland aan de Coornhertstraat stelde het College van B&W: “Zolang de gemeente met een partij in gesprek is en/of onderhandelt, getuigt het van goed fatsoen geen informatie uit deze gesprekken openbaar te maken”.

 

Drogredenen

Het College van B&W bedient zich van drogredenen en gaat de beantwoording van de vraag waarom überhaupt tot het vertrouwelijk maken van twee openbare dossiers werd overgegaan stelselmatig uit de weg. Het is staande praktijk dat over gesprekken waarin de gemeente met een partij in gesprek is geen mededelingen worden gedaan. Daar was oplegging van de vertrouwelijkheid dus niet voor nodig. En ten tweede zouden ‘fatsoensnormen’ een rol hebben gespeeld bij het opleggen van de vertrouwelijkheid. Maar ten aanzien van de noodzaak hiervan werd ook geen onderbouwing geleverd.

 

Het College van B&W stelt bij herhaling én met veel aplomb dat de vertrouwelijkheid zou zijn geschonden, maar volgens het eerder aangehaalde Protocol is de uiteindelijke beoordeling daarvan niet aan het College maar aan de rechter. Van een ‘schending van de vertrouwelijkheid’ kan fatsoenshalve dus niet worden gesproken.

 

“Het College van B&W heeft in deze onfatsoenlijk gehandeld”, aldus Ruud Lammers, fractievoorzitter van Onafhankelijk Papendrecht.