Waarom Hugo de Jonge moet aftreden

 

Sinds ruim een week zijn de corona maatregelen aangescherpt en wordt van een tweede golf gesproken. Dat het zover moest komen is in grote mate aan het kabinet te wijten en met name aan het lakse beleid van de minister van volksgezondheid.

 

‘Alleen samen krijgen wij corona onder controle’ is de slogan van de regering. Dat is juist, maar dat vraagt dan wel om een kabinet dat effectieve maatregelen neemt en de maatschappij met zo weinig mogelijk lasten opzadelt. Van effectieve maatregelen is helaas geen sprake. Toen het in de loop van mei leek dat de eerste golf corona door de lockdown onder controle was en de maatregelen langzamerhand versoepeld werden, had het kabinet moeten zorgen voor een goede testcapaciteit en een effectieve opsporing van bronnen van besmetting, het zogeheten ‘track and trace’.

 

Als je personen die besmet zijn snel kunt opsporen door ze te testen en vervolgens ook de omgeving kunt opsporen en laten testen voordat zij anderen besmetten, kun je de verspreiding van het virus tegen gaan. Dat is evident. Maar dat vraagt wel om snelheid en effectiviteit. Snelheid betekent dat je op korte termijn – bijvoorbeeld binnen enkele uren – op een nabije locatie getest kunt worden en ook dat je de uitslag binnen enkele uren te horen krijgt. Effectiviteit houdt in dat direct na een positieve test, de recente contacten van die persoon worden opgespoord en zo mogelijk ook getest worden. Helaas was al in juli duidelijk dat het testbeleid van minister De Jonge noch snelheid noch effectiviteit kon bieden. Wie zich wilde laten testen moest soms dagen wachten – en soms kilometers afleggen naar een testlocatie – en daarna duurde het soms dagen voordat de uitslag bekend was. Ondertussen kreeg je een folder mee met het dringend advies om thuis te blijven tot je de uitslag had. Arroganter kon het bijna niet: de overheid is niet capabel om een adequate testcapaciteit te organiseren en legt vervolgens de lasten voor het eigen falen bij degenen die zich – vaak voor de zekerheid – laten testen. Geen wonder dat velen besloten dan maar van het testen af te zien. Geen wonder dat er mensen zijn die het coronabeleid niet meer serieus nemen.

 

Was de gebrekkige testcapaciteit een kwestie van overmacht? Nee, bepaald niet. Al medio maart werd gesproken van ‘testen, testen, testen’. Vervolgens is door knulligheid enerzijds en eigenbelang van sommige laboratoria anderzijds nagelaten de noodzakelijke testcapaciteit te organiseren. Zo moeilijk moet het immers niet zijn om voldoende mensen in dienst te nemen die de testen afnemen, voldoende laboratoriumcapaciteit te organiseren en voldoende mensen die de contacten van besmette personen opsporen. Desnoods blijven de teststraten tot twaalf uur ’s avonds open. Er zijn altijd wel verpleegkundigen of medische studenten te vinden die testen kunnen afnemen en wat willen bijverdienen. Mochten de uitvoerende diensten daarbij problemen ontmoeten – bijvoorbeeld door eigenbelang van bepaalde spelers - dan is er een krachtig minister nodig die de materie begrijpt en de problemen oplost. Daar is nu evenwel geen sprake van.

 

Interne documenten van het ministerie van Volksgezondheid laten zien dat één van de uitgangspunten voor het testbeleid was ‘kosten onder controle houden’. Laat een goed testbeleid, met voldoende capaciteit, enkele tientallen of desnoods honderden miljoenen meer hebben gekost. Als daarmee een tweede uitbraak van het virus voorkomen of in ieder geval gematigd was, hadden wij met minder drastische maatregelen kunnen volstaan. De economische schade was dan zeker minder groot geweest. Met geringe extra uitgaven aan testcapaciteit hadden wij zo miljarden economische schade kunnen voorkomen. Goedkoop is ook hier duurkoop. Maar ditmaal met grote gevolgen. Ook hiervoor was een krachtig minister nodig geweest die de goede keuzes kon en wilde maken.

 

Uiteindelijk is de minister van Volksgezondheid verantwoordelijk voor het falend testbeleid. Er zijn ministers om minder afgetreden. Belangrijker is dat de huidige minister niet de capaciteiten heeft om de pandemie met gezag te lijf te gaan. Dat is nu duidelijk gebleken. En dat geeft weinig hoop voor de toekomst. Als de Tweede Kamer de crisis serieus neemt, dan zorgt zij dat minister De Jonge aftreedt en vervangen wordt door een capabel persoon die met gezag de zorgsector kan aansturen. Daar kan niet tot na de verkiezingen in maart mee gewacht worden; dat zou te veel tijdverlies opleveren.

 

Het is evenwel de vraag of de Kamer hierin daadwerkelijk haar verantwoordelijkheid zal nemen. Waarschijnlijk zal de coalitie om partijpolitieke redenen een motie van wantrouwen niet steunen. Minister Grapperhaus hebben zij ook - ten onrechte - laten zitten. In dat geval valt te hopen dat de kiezer in maart onthouden zal wie verantwoordelijk is voor het falend coronabeleid en voor de economische schade die dat veroorzaakt heeft.

 

Sammy van Tuyll

voorzitter Liberaal Democratische Partij (LibDem)

econoom en voormalig arts

 

Publicatiedatum: 10 oktober 2020