Dossier Rivierendriesprong

De fractie van OP heeft weer nieuwe vragen gesteld aan het College. Dit keer gaat het over het aantal juridische procedures tussen de Gemeente en het bedrijf in kwestie en over de daarmee gepaarde kosten die voor rekening komen van de belastingbetaler.

Nieuwe vragen over procedures en kosten
10-Art 40 vragen OP r3s.pdf
Adobe Acrobat document 360.5 KB

 

Bij de beslissing een vergunning te verlenen aan het bedrijf in kwestie, de Rivierendriesprong aan de Noordhoek, zullen wij beknopt ingaan op:

  • ten eerste, de inwoners ter plekke komen op voor de volksgezondheid en het milieubeheer,
  • ten tweede, het negatieve Bibob advies,
  • ten derde, de als in het vigerende regime van de omgevingsdienst aan te merken vrijwel onmogelijk handhaafbare voorwaarden,
  • ten vierde, de onjuiste toepassing door het College van het instituut revisievergunning en,
  • ten vijfde, tot slot, de effectieve beheersmaatregelen.

 

Allereerst moet de vraag worden beantwoord of het bedrijf, de Rivierendriesprong, zich altijd keurig aan de wet- en regelgeving heeft gehouden. Het antwoord daarop is:

  • Nee, dat is niet het geval.

Voorspelt dit veel goeds voor de toekomst? Het antwoord daarop is:

  • Nee, dat is niet het geval.

Is het verstandig een nieuwe vergunning aan dit bedrijf te verlenen? Het antwoord daarop is:

  • U raadt het al: Nee, dat is niet het geval.

 

1.       Inwoners ter plekke komen op voor volksgezondheid en milieubeheer

Het College stelt dat het aantal klachten van de afgelopen jaren van de kant van de inwoners ter plekke komt door een striktere handhaving. Maar deze weergave staat op wel zeer gespannen voet met de werkelijkheid. Een typisch voorbeeld van verkokerd denken?

Het waren - en het zijn - de inwoners ter plekke, aan de Noordhoek, ook wonende aan de dijk, die de afgelopen jaren aan de bel hebben getrokken en die veel klachten hebben ingediend.

En nu is het College van plan de vergunning gewoon te verlenen. Het College zegt dat het niet anders kan. Maar dat is gelogen.

 

De inwoners ter plekke zijn niet voor vergunningverlening: zij hebben zich verenigd in het Platform Overlast Rivierendriesprong en zij eisen een beter en rechtvaardiger milieubeheerbeleid ter plekke, aan de Noordhoek. Hun huizen staan dan ook op een afstand van minder dan vijftig meter afstand van het bedrijf. Ik ben er zelf gaan kijken en ik kan u melden: die overlast is niet verzonnen.

Het College stelt zich op het standpunt dat overlast voor de inwoners ter plekke zoveel mogelijk beperkt dient te worden. Maar waarom werkt het College dan mee aan het verlenen van een nieuwe vergunning? Een vergunning die juist tot meer overlast zal leiden. Onbegrijpelijk!

 

2.       Bibob advies

Het LBB heeft een advies uitgebracht. De provincie wilde de vergunning aan de Rivierendriesprong weigeren op grond van (geheime) strafbare feiten. Het bevoegd gezag in de gemeente Papendrecht, het College, maakt een andere afweging en kent de vergunning toe.

Over de afwegingen wordt de Gemeenteraad, als hoogste gezagsorgaan binnen de gemeente, niet geïnformeerd. Deze afwegingen blijven geheim. Wij moeten het College dus maar geloven op hun mooie blauwe ogen? Een vreemde zaak. Want op die manier kan de Gemeenteraad niet nagaan of controleren of het College hier de kluit zit te bedonderen. De Provincie Zuid-Holland was er tegen, het College van de gemeente Papendrecht is er voor. Waarom zou het College van de gemeente Papendrecht het beter weten?

 

3.       Handhaving: voorwaarden zijn vrijwel onmogelijk te controleren

De (meer dan honderd) voorwaarden waaraan het bedrijf in kwestie zich zou moeten gaan houden, zijn vrijwel onmogelijk na te leven en door de omgevingsdienst te controleren. Op papier staat het allemaal indrukwekkend opgesomd. Maar mede gezien de illegale activiteiten van het bedrijf in het verleden, zijn de geformuleerde maatregelen inhoudelijk ten enenmale ontoereikend.

 

De nakoming van een groot aantal voorwaarden is niet of praktisch oncontroleerbaar, kijk bijvoorbeeld  bij de Voorschriften Milieu. Het uitoefenen van controle op naleving van de voorwaarden is naar onze mening uitgesloten en het College weet wat er gebeurt als het over zou gaan tot handhaving: herhaald en langdurig procederen ten koste van, wat de gemeente betreft, gemeenschapsgeld zonder dat men zelf enig bestuursrechtelijk proceskostenrisico loopt. Het College wentelt zo op vrij laffe wijze de kosten van het eigen disfunctioneren af op de belastingbetaler.

 

4.       Onjuiste toepassing van het instituut revisievergunning

Wij zijn van mening dat het College ten onrechte vrijstelling wenst te geven van het bestemmingsplan voor de puinbreker respectievelijk het puinbreken. Wij betwijfelen of een revisievergunning mag worden gebruikt om met een bestemmingsplan strijdige bebouwing respectievelijk activiteiten te legaliseren maar ook als dat wél zou mogen had de historie van De Rivierendriesprong voor het College reden moeten zijn om geen vrijstelling te verlenen.

 

Wij zijn van oordeel dat het ontwerp niet in overeenstemming is met de aard van een revisie-vergunning, te weten een geheel nieuwe vergunning voor alle activiteiten die door een vergunning plichtige worden uitgeoefend. Dat blijkt onder andere uit het hoofdstuk Voorschriften Milieu dat enkel van de twee trechters waarvoor op 25 juni 2012 bouwvergunning is verleend gebruik kan worden gemaakt. Daar volgt noodzakelijkerwijs uit dat bepaalde activiteiten van de revisie-vergunning worden uitgesloten. Dat is een onjuiste toepassing van het instituut revisievergunning.

 

Die historie is er een van meerdere door (ook de hoogste) rechter rechtmatig bevonden handhavingsacties wegens illegale activiteiten van De Rivierendriesprong zodat er geen aanleiding is De Rivierendriesprong tegemoet te komen met een vrijstelling die volledig voorbijgaat aan al wat wij en anderen in de loop der tijd gemotiveerd hebben ingebracht tegen het puinbreken. De door De Rivierendriesprong gepleegde eigenrichting dient niet beloond te worden met een vrijstelling.

 

Van een bevoegd gezag, als het College, mogen wij verwachten dat het sturing geeft en anticipeert op belangrijke ontwikkelingen in de samenleving. Één van die belangrijke ontwikkelingen in onze samenleving is een groeiend bewustzijn als het gaat om de kwaliteit van onze leefomgeving, het milieu waarin wij leven, de lucht die wij inademen, het water dat wij drinken. Dit proces gaat verder dan het containerbegrip duurzaamheid, omdat het specifieker ingaat op wat er mis is met onze leefomgeving.

 

5.       Effectiviteit beheersmaatregelen

Kijken we tot slot naar de vraag wat effectieve beheersmaatregelen[1] zouden kunnen zijn als het gaat om bedrijven als de Rivierendriesprong. Er bestaat een rapport, opgesteld onder auspiciën van het Ministerie van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer waarin wordt gesteld dat Fijnstofemissies effectief reduceerbaar zijn.

 

In het geval van puinbreken is dat mogelijk, indien wordt geïnvesteerd in de best beschikbare techniek (BBT).

Als voorbeeld van zo’n best beschikbare techniek wordt genoemd een voldoende groot vernevelingskanon. Deze beheersingstechniek wordt in functie van de windrichting opgesteld, zodat alle activiteiten, ook werkende machines en vrachtwagens, worden beneveld.

 

Men zou op zijn minst verwachten dat dit soort van technieken al praktisch worden toegepast bij de Rivierendriesprong. Hoeveel van dit soort vernevelingskanonnen staan er bij de Rivierendriesprong opgesteld? Wie het weet mag het zeggen.

 

[1] Bron: Rapport Enviro Challenge (Ministerie van VROM)

Afbeelding van een vernevelingskanon
Afbeelding van een vernevelingskanon