Cultuureducatie super belangrijk

<<Terug naar pagina Dossiers

 

Cultuureducatie in de Drechtsteden juist nu versterken in plaats van verzwakken

 

  • Drechtsteden beschikken met ToBe over een sterke positie op het gebied van cultuureducatie
  • Het Herstel- en reorganisatieplan ( € 3.515.000 ) verdient steun
  • Van nieuwe bezuinigingen, in Papendrecht zo’n 10%, afzien

 

Het leek ooit zo simpel. Elke overheidslaag had een specifieke eigen taak op het gebied van cultuurbeleid. Het Rijk financierde de producenten van het aanbod (zoals bijvoorbeeld de orkesten en dans- en theatergezelschappen) en de gemeenten zorgden voor de afname  (de theaters, de concertzalen). De provincies zorgden voor wat de gemeenten en het Rijk niet wilden of konden doen op regionaal niveau,  zoals op het gebied van cultuureducatie en bibliotheekwerk. Die verdeling was in de praktijk natuurlijk nooit zo simpel. Maar nu budgetten  krimpen, en cultuur tegelijkertijd steeds meer gezien wordt als een manier om jezelf als regio of stad te profileren, gaan provincies en  gemeenten een steeds autonomer cultuurbeleid voeren. Dat hoeft niet erg te zijn, al was het maar omdat het een manier is om het  maatschappelijke draagvlak voor cultuur te vergroten. Maar doordat de verschillende overheden te weinig overleggen over het verschuiven  van beleidstaken, ontstaan er grote verschillen tussen die overheden in opvatting en uitvoering van cultuurbeleid. De taakverdeling tussen  de verschillende overheidslagen sluit niet goed meer aan. Daardoor ontstaat op sommige cultuurgebieden versnippering. Een goed  voorbeeld daarvan is cultuureducatie.

 

Versnippering tegengaan

Het Rijk wil graag dat er op het gebied van cultuureducatie meer gebeurt. BIS-instellingen zijn al verantwoordelijk voor cultuureducatie-aanbod en het Rijk financiert het Fonds Cultuurparticipatie. Tegelijkertijd is cultuureducatie een geliefd bezuinigingsobject van gemeenten en provincies. Bij veel gemeenteraden leeft het idee dat mensen best zelf voor hun hobby’s kunnen betalen, met gevolgen voor de culturele centra. Ook wordt gekort op de makelaars die het culturele aanbod van cultuur instellingen naar scholen moeten brengen. Provincies bezuinigen op hetzelfde soort instellingen die bovenregionaal werken. Daardoor ontstaat de rare paradox dat het Rijk beleidsmatig investeert in educatie, maar dat de infrastructuur die voor de uitvoering van dat beleid zou moeten zorgen door lagere overheden wordt ontmanteld. Wat het allemaal extra ingewikkeld maakt, is dat de ene gemeente of provincie ander cultuureducatiebeleid voert dan de andere, waardoor er een lappendeken ontstaat van regio’s en gemeenten waar educatie beter of minder goed geregeld is.

 

Gemeenten legden hogere tarieven op waardoor klanten afhaakten

Het cultuureducatieaanbod van ToBe is kwalitatief op niveau. Het voldoet aan de beste standaards die wij in Nederland kennen. Dat is best iets om trots op te zijn.

 

Voormalig directeur-bestuurder Piet Elenbaas keek in 2013 zijn ogen uit in het Energiehuis. “Dit is uniek in ons land. Hier is 13.000 vierkante meter cultuur in één gebouw. En dat samen gebracht in een historisch onderkomen, dat de stoerheid van het verleden met zich meedraagt. Dat is héél bijzonder”, zo merkte hij op. Vanaf dat moment (2013) kwamen alle onderdelen van ToBe in één gebouw samen. De vernieuwbouw van het Energiehuis kostte enkele tientallen miljoenen euro’s, de verhuizing van ToBe uit verschillende onderkomens in Dordt naar het Energiehuis was een grote operatie die enkele eurotonnen kostte, maar ToBe cultuurcentrum schreef in 2013 nog steeds zwarte cijfers. Maar vanwege een jarenlang aangehouden bezuiniging van de gemeenten op ToBe, alsmede als gevolg van de financiële crisis terugvallende eigen inkomsten, verslechterde de financiële positie van ToBe. “De netto-opbrengst van lesgelden kwam 10% lager uit dan begroot. De vraaguitval werd veroorzaakt door de economische crisis én de door subsidiënten (lees: de gemeenten) opgelegde tariefverhoging als gevolg waarvan (potentiële) klanten afhaakten”, aldus een citaat uit het financieel jaarverslag 2013.

 

Het Herstel- en reorganisatieplan is bedoeld om ToBe er weer financieel bovenop te helpen enerzijds, maar ook om het hoge niveau van kunst- en cultuureducatie in onze regio anderzijds te garanderen. De bijdrage hieraan die van de gemeente Papendrecht gevraagd wordt is relatief gering. Het Raadsvoorstel van 10 september aanstaande vermeldt onder andere: “De subsidiërende gemeenten en ToBe zijn daarom van mening dat al heeft de B3-status en de huidige statuten ons in het verleden voordelen gegeven (geen afdracht WW-premies en geen opbouw van de algemene reserve), we nu naar een meer zakelijke, moderne en flexibele relatie met ToBe willen.

 

De gemeenten willen verder met ToBe, maar de onderlinge relatie en ook de organisatie zal daarvoor wel op een andere wijze vorm moeten worden geven. De financiële en organisatorische risico’s voor de gemeenten moeten aanmerkelijk worden verminderd. Om deze loskoppeling tussen ToBe en gemeenten te bewerkstelligen is een wijziging van de governance (statuten/rol van en relatie met subsidiënten) en loslaten van de B3-status essentieel.” Na een besluit van de gemeenteraad zal er een voorstel worden geformuleerd aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Maar het is nog maar de vraag of het ministerie akkoord zal gaan.

 

“Van belang is dat een instituut als ToBe (dat decennia lang goed werk heeft laten zien en voor jong en oud cultuureducatieprogramma’s van hoge kwaliteit heeft afgeleverd) voor de Drechtsteden behouden blijft en in staat gesteld wordt als cultuurcentrum te functioneren in het Energiehuis én in alle deelnemende gemeenten op locatie, in de scholen, in de bibliotheken en op individuele basis. De korte termijn waan-van-de-dag om alle voorzieningen simpelweg maar weg te bezuinigen houdt geen rekening met de noodzaak voor een beter perspectief op de middellange termijn, doet geen recht aan het culturele acquis dat decennia lang is opgebouwd. Vandaar onze steun aan het plan om ToBe vooruit te helpen en daarmee de kwalitatief goede cultuureducatie in onze gemeente te laten voortbestaan. Vreemd blijft wel dat het college enerzijds het Herstelplan volop steunt en dan toch weer anderzijds 16 duizend euro beknibbelt op de subsidie. Zo loop je het risico, zeker als andere gemeenten hetzelfde gaan doen, dat je het paard achter de wagen spant. Als je eenmaal instemt met het plan, geef het dan ook een (eerlijke) kans”, aldus Lammers.

 

Papendrecht, 07 september 2015

Brief wethouder inzake aankondiging bezuinigingen op ToBe
sc00134619.pdf
Adobe Acrobat document 33.4 KB